Leerlingenraad informatie





 logo









                                       





Leerlingenraad

leerlingen in de raad 2017-2018 klik hier

Rayan(8a), Micheal(8b), Sana(8c), Taoufik(7a), Naya(7b), Chris(7c), Amira(6a), Mirsad(6b), Aleyna(6c) en Dounia(6d)






Leerlingenraad op ’t Palet

1.     Waarom een leerlingenraad?

2.     Hoe ziet de organisatie eruit?

3.     Waarover kan de leerlingenraad vergaderen?

4.     Waar en wanneer vergadert de leerlingenraad?

5.     Hoe komen de leerlingen in de raad?

6.     Wat wordt er verwacht van de leerlingen in de raad?

7.     Welke rollen zijn er in de raad?

8.     Financiële middelen

9.     Leerlijn sociaal gedrag volgens CED

10.  Leerlijn leren leren volgens CED

11.  Wat wordt er van de groepsleerkrachten verwacht?



1          Waarom een leerlingenraad?

Een leerlingenraad past binnen actief burgerschap en integratie. Actief burgerschap wordt uitgedrukt in verschillende domeinen. Eén van die domeinen is participatie. Het gaat bij dit domein om kennis over de normen en waarden en het aanbieden van de mogelijkheden voor inspraak, vaardigheden en houdingen om op school en in de samenleving actief mee te kunnen denken. Naast het bevorderen van actief burgerschap zijn er nog een aantal punten waarom een leerlingenraad wenselijk is op school:

·        De leerlingen hebben een eigen stem binnen de schoolorganisatie, zodat ze weten dat ze meetellen.

·        Ze maken spelenderwijs kennis met democratische beginselen.

·        Betrokkenheid met school van leerlingen bevorderen.

·        Verantwoordelijkheid voor schoolse zaken bevorderen.

·        De leerlingen een beter inzicht in de organisatie van de school bijbrengen.

·        Kwaliteit van de schoolorganisatie bevorderen.

·        De leerlingen laten ondervinden wat realistisch en haalbaar is.




2          Hoe ziet de organisatie eruit?

·        In de groepen 5 t/m 7 worden jaarlijks aan het eind van het jaar verkiezingen gehouden.
De leerkracht mag dit naar eigen inzicht doen: een grote campagne of gewoon een kringgesprek met een stemronde. Per klas wordt er één kind gekozen voor de leerlingenraad. Het is de bedoeling dat deze leerling binnen het profiel van de leerlingenraad valt. Deze leerling zal het schooljaar erop plaatsnemen in de leerlingenraad.


·        Voordat de verkiezingen worden gehouden geven de leerkrachten een uitleg, waarbij zij vertellen wat de leerlingenraad is, wat van een lid verwacht wordt, hoe de verkiezingen verlopen en hoe bespreekpunten worden geïnventariseerd.

·        In elke groep worden leerlingen gekozen die namens de groep het woord zullen voeren in de leerlingenraad. Er mogen geen plaatsvervangers in de raad.

·        De laatste notulen worden gepubliceerd op de website onder het kopje “De leerlingenraad”.

·        De leerlingenraad komt 5/6 keer per jaar bij elkaar onder schooltijd of op enig moment dat één van de leden daartoe oproept.

·        Bij elke vergadering is één vaste leerkracht (Benjamin) aanwezig.

·        De leerkracht is tevens lid van de MR. In de MR zit de leerkracht voornamelijk als vertegenwoordiger van de LR.

·        De leden van de leerlingenraad lichten de besluiten van de raad toe in hun eigen klas. De leerlingen uit groep 8 lopen ook langs de groepen 5, zodat zij alvast kennis maken met de leerlingenraad.

·        De leerlingen blijven een heel schooljaar in de leerlingenraad, maar zijn herkiesbaar.

·        Een leerling kan maximaal twee jaar in de leerlingenraad zitten.

·        Punten vanuit de leerlingenraad kunnen meegenomen worden naar de medezeggenschapsraad of het team.

·        In de gebouwen komen foto’s van de leerlingen uit de raad te hangen, waardoor duidelijk is welke leerlingen er in de raad zitten. Deze foto’s zullen ook terug te vinden zijn op de website.



3          Waarover kan de leerlingenraad vergaderen?

In de leerlingenraad kunnen verschillende onderwerpen aan bod komen.
De hieronder genoemde punten zijn eventuele voorbeelden waar de onderwerpen vandaan kunnen komen:


·        De leerlingenraad hangt een ideeënbus op, de ideeën worden besproken.

In de klassen van de leerlingen uit de raad komt één ‘bus’. Het betreffende raadslid uit die groep zorgt ervoor dat deze bus voor elke vergadering wordt geleegd.

·        Leden van de leerlingenraad worden aangesproken door leerlingen en/of anderen.

·        Uit een kringgesprek, voor een vergadering, in de klassen kunnen punten komen.

·        Leden van de leerlingenraad komen zelf met ideeën.

·        Het team kan bespreekpunten inbrengen.

·        Het gebruik en de inrichting van het schoolplein.

·        Invulling van de vrijdagmiddagen voor een vakantie.

·        Advies bij de organisatie van de schoolreis.

·        Bevindingen bij het gebruik van lesmethodes.

·        Adviseren bij allerhande festiviteiten.





4          Waar en wanneer vergadert de leerlingenraad?



De leerlingenraad komt, in principe, tussen twee vakanties één keer bij elkaar. Het kan ook zijn dat dit soms iets meer is, afhankelijk van wat er speelt op school.

Vanwege de verschillende gebouwen zal er afwisselend een vergadering zijn op de DD en de VL/GD. De leerlingen die van het ene naar het andere gebouw moeten lopen, doen dat onder begeleiding van een leerkracht of OOP.

Een vergadering duurt één uur, met het lopen erbij zullen de leerlingen maximaal anderhalf uur uit de groep zijn. Bij het inplannen van de vergaderingen zal er zoveel mogelijk rekening worden gehouden met LKP tijden.

De vergaderingen vinden plaats in de koffiekamer of in een vrij lokaal.      





5          Hoe komen de leerlingen in de raad?



Aan het einde van het schooljaar worden er in elke klas, groep 5 t/m 7, verkiezingen gehouden. In welke vorm deze verkiezingen worden gehouden is vrij te bepalen door de groepsleerkrachten. De leerlingen die deze ‘verkiezingen’ winnen, mogen plaatsnemen in de leerlingenraad.








6          Wat wordt er verwacht van de leerlingen in de raad?

De leerlingen die plaats nemen in de raad weten dat de raad niet alleen maar vergaderen is, maar dat er iets meer van ze verwacht gaat worden:

·        De leerlingen uit de raad inventariseren in hun eigen groep welke wensen, vragen en/of eventuele problemen meegenomen kunnen worden in de vergadering.

·        De leerlingen inventariseren de ideeën uit de ideeënbus.

·        Ze wonen de vergaderingen bij.

·        Koppelen de besproken punten terug in de groep.

·        De leerlingen zijn aanspreekbaar voor andere leerlingen.

·        De leerlingen kunnen goed luisteren naar groepsgenoten en mederaadsleden.




7          Welke rollen zijn er in de raad?


De leerlingenraad zal bestaan uit één leerling per klas, uit de groepen 6 t/m 8. Als er in elk leerjaar drie groepen zijn dan zullen er dus negen leerlingen plaats nemen in de raad. De raadsleden uit de groepen 6 t/m 7 zorgen voor een actieve houding tijdens de vergaderingen. Voor de leerlingen uit groep 8 is een speciale rol weggelegd.

De leerlingen uit de groepen 8 zorgen namelijk voor de invulling van de volgende taken:

De voorzitter zorgt ervoor dat:

·        er een agenda is

·        alle punten op de agenda worden besproken

·        iedereen aan het woord komt en er geluisterd wordt naar elkaar

·        onderwerpen en oplossingen reëel uitvoerbaar zijn

·        acties door de leden worden uitgevoerd, bewaking van het proces

·        de punten met derden worden afgestemd.


De notulist zorgt ervoor dat:

·        er notulen komen van elke vergadering.

·        deze notulen verspreid worden.

·        deze notulen gebundeld en gearchiveerd worden.

De penningmeester zorgt ervoor dat:

·        er een begroting komt van het beschikbare budget

·        het budget bewaakt wordt

·        de bonnen en uitgaven geregistreerd worden

·        de uitgaven verklaard kunnen worden

Voor de eerste leerlingenraad zal de leerkracht (Benjamin) met de drie leerlingen uit groep 8 de rollen bespreken en toelichten. De rollen zijn vast en kunnen alleen in overleg veranderd worden. De rollen kunnen verdeeld worden over twee leerlingen. Twee leerlingen kunnen samen de notulen uitwerken en verspreiden.
Aan het einde van het schooljaar zullen de groep 8 leerlingen hun taken overdragen aan de leerlingen van groep 7 die door hun klas gekozen zijn om plaats te nemen in de raad.




8          Financiële middelen

Per schooljaar stelt de school een bedrag, nog nader te bepalen, ter beschikking van de leerlingenraad.
De penningmeester van de leerlingenraad bespreekt het budget in de eerste vergadering. Dit bedrag kan op verschillende manieren ingezet worden. Bijvoorbeeld voor de aanschaf van materialen of voor het uitnodigen van een expert.
Aan het eind van het schooljaar wordt er verantwoording afgelegd aan de school (MR en directie) over de uitgaven.





9         Leerlijn voor sociaal gedrag volgens CED-groep



Leerlijnen

Kerndoelen SO

Zelfbeeld



2.1.   Jezelf presenteren

2.2.   Een keuze maken

2.3.   Opkomen voor jezelf

2.   De leerlingen leren met gevoel voor zelfvertrouwen en zelfwaardering omgaan met de eigen mogelijkheden en grenzen en leren uiting geven aan eigen wensen, gevoelens en opvattingen







Sociaal gedrag



3.1.   Ervaringen delen

3.2.   Aardig doen

3.3.   Omgaan met ruzie



3.   De leerlingen leren naar algemeen geaccepteerde normen en waarden omgaan met anderen en leren samenwerken aan een gezamenlijke taak of gezamenlijk spel en leren omgaan met conflictsituaties



           

2.1 jezelf presenteren

6

7

8

Stelt zichzelf voor aan onbekende leeftijdgenoten

Geeft zijn mening over een onderwerp uit het nieuws (geen jacht op zeehonden)

Houdt een presentatie voor de klas



Geeft feedback op een prettige manier (bij iets negatiefs ook iets positiefs noemen)

Treedt zeker op bij een presentatie voor de klas (houding, niet steeds wegkijken, hardop spreken)

Reageert op negatieve feedback (door (te zeggen) iets te proberen te veranderen)

Geeft een presentatie voor een willekeurige groep (ouders, andere klassen)

Vertelt of en waarom hij zelf graag in het middelpunt staat







2.2 Een keuze maken

6

7

8

Houdt rekening met de wensen van een ander bij het maken van een keuze

Vraagt de mening van een ander als hij moeilijk een keuze kan maken

Vraagt bedenktijd als hij het moeilijk vindt om te kiezen





Geeft de ander de tijd om over een keuze na te denken

Voorspelt welke keuze een ander zal maken

Zorgt voor extra informatie om een keuze te kunnen maken

Differentieert in de manier waarop hij een keuze maakt (kort of juist lang nadenken)

Benoemt voor- en nadelen van snel en minder snel kiezen

Benoemt dat er situaties zijn waarin je niet wil of kan kiezen

Maakt een afweging bij een dilemma of complexe keuze en komt tot een standpunt (besluiten dat hij een gevonden voorwerp teruggeeft)

Noemt argumenten waardoor een ander tot een andere keuze komt dan hijzelf



2.3.    Opkomen voor jezelf



6

7

8

Zegt het als hij op dat moment niet over zijn gevoelens wil praten

Vertelt een vriend(in) wat hij wel en niet fijn vindt in de vriendschap

Zegt op een adequate manier tegen een volwassene dat hij aan de beurt is (in een winkel, aan een loket)

Geeft in een één op één gesprek een afwijkende mening

Vraagt hulp over hoe hij iets kan aanpakken

Vraagt hulp aan de juiste persoon (iemand die hem echt kan helpen)

Verwoordt gevoelens van schaamte over zijn innerlijk (een gemaakte blunder)

Komt voor zichzelf op bij ongewenste aanrakingen of uitgingen door dit te zeggen

Spreekt een volwassene er op een adequate manier op aan als deze zich niet aan de afspraken houdt

Zoekt hulp wanneer een ander niet reageert op eigen pogingen om voor zichzelf op te komen

Geeft zijn mening over een onderwerp wanneer een meerderheid een andere mening heeft










3.1.    Ervaringen delen  



6

7

8

Maakt onderscheid tussen wat hij aan bekenden en onbekenden vertelt

Benoemt verschillende factoren die inwerken op hoe iemand zich voelt (eerdere ervaringen, humeur)

Gaat adequaat om met gevoelens van verlegenheid en onzekerheid

Maakt samen goede afspraken over ruilen en lenen en houdt zich hieraan

Herkent verschillende gevoelens bij een ander (nervositeit, schaamte, jaloezie)

Toont interesse als iemand iets vertelt (luisterhouding, knikken, vragen)



Vertelt welke onderwerpen wel/ niet geschikt zijn om grapjes over te maken

Weet dat iemands persoonlijkheid een rol speelt bij het inschatten van de gevoelens van een ander

Geeft een ander de ruimte om zijn eigen mening te vertellen over iets dat ze samen hebben meegemaakt

Toont belangstelling voor een ander door vragen te stellen

Voelt aan wat ‘foute’ grapjes zijn en stemt zijn gedrag hierop af (over iets dat voor iemand gevoelig ligt of belangrijk voor hem is)

Vertelt anders over een belevenis aan een vertrouwd dan aan een minder vertrouwd persoon (zakelijker)

Gaat adequaat om met gevoelens van eenzaamheid (praat erover, zoekt gezelschap)

Geniet samen met anderen van een gedeeld succes

Valt iemand die iets vertelt niet in de rede met eigen ervaringen

3.2.    Aardig doen          



6

7

8

Troost een leerling die gepest wordt

Onderkent gevoelens van jaloezie

Gunt de ander iets leuks (spelletje winnen, op verjaardag in het middelpunt staan)

Reageert op een leuk voorstel van een ander door samen een plan te maken

Gaat adequaat om met gevoelens van verliefdheid (uit verliefdheid, valt een ander er niet mee lastig)

Biedt zijn excuses aan als hij een ander gekwetst heeft

Helpt medeleerlingen die hij minder aardig vindt wanneer dit gevraagd wordt

Toont respect voor de gevoelens van een ander

Komt op voor een leerling die gepest wordt

Gaat aardig om met leerlingen die anders zijn dan anderen (niet pesten, betrekken bij activiteiten, complimenten geven)

Heeft oog voor ieders kwaliteiten

Overziet consequenties van eigen gedrag (kattig doen leidt ertoe dat iemand niet met je wil spelen)

Reageert vriendelijk wanneer een ander hem iets voorstelt wat hij niet leuk vindt

Merkt het wanneer een ander zich gekwetst voelt en stemt zijn gedrag hierop af

Zorgt dat hij een ander niet kwetst

Geeft zijn mening over ‘wat hoort en wat niet hoort’ (u zeggen/ opstaan voor ouderen, niet voor je beurt gaan)

Komt op voor een leerling die in groepsverband gepest wordt

Vervult een leidende of een volgende rol en houdt daarbij rekening met wensen van zichzelf en anderen



3.3.    Omgaan met ruzie



6

7

8

 
Luistert naar een medeleerling wanneer de ander een voorstel doet over een oplossing

Noemt voor- en nadelen van conflicten

Toont begrip voor de gevoelens van een ander bij ruzie

Blijft rustig wanneer een ander boos reageert of hem beschuldigt

Schat juist in wanneer hij zich beter niet met een ruzie van anderen kan bemoeien

Gaat adequaat om met een meningsverschil met een volwassene (rekening houden met machtspositie, wel opkomen voor zichzelf)

Onderhandelt met een medeleerling over een oplossing bij ruzie

Vertelt bij navraag welk aandeel hij heeft gehad bij onenigheid

Gaat adequaat om met gevoelens van schuld en spijt (probeert recht te zetten, accepteert situatie waaraan niets te veranderen is)

Benoemt vormen van hulp bij ruzie tussen anderen (voorstel doen, zeggen wie gelijk heeft, een derde erbij halen)

Benoemt wat hij bij een ruzie acceptabel gedrag vindt en wat hij te ver vindt gaan

Bedenkt een compromis

Benoemt dat een meningsverschil niet tot ruzie hoeft te leiden

Benoemt hoe iemand die kritiek of een negatieve reactie krijgt zich kan voelen

Verwoordt beide standpunten bij ruzie tussen zijn partij en een tegenpartij

Voorkomt ruzie door de ander tijdig aan te geven dat hij te ver gaat

Bemiddelt bij een ruzie tussen anderen



 
               





10        Leerlijn voor leren leren volgens CED-groep

Leerlijnen

1. Taakaanpak

2. Zelfstandig (door)werken

3. Samenwerken

4. Reflectie op werk



1.    Taakaanpak

6

7

8

Stelt zichzelf bij een bekende taak een tijdsdoel (dan moet ik het af hebben)

Plant zelfstandig meerdere taken achter elkaar op meer dagen

Houdt bij meerdere taken het overzicht van wat wanneer moet gebeuren (agenda, actielijstje)

Plant taken van een vakgebied voor   een week (agendabeheer)

Maakt een huiswerkplanning in de agenda

Schat in hoeveel taken hij afkrijgt binnen een bepaalde tijd

Stelt prioriteiten wanneer er meerdere dingen tegelijk moeten gebeuren

Geeft vooraf aan bij welk resultaat hij tevreden is met zijn werk

Maakt een plan voor de aanpak van een klein project (volgorde van taken, duur van taken, tijdsindeling, benodigdheden)

Maakt voor drie vakken een volledige weekplanning waarin onderscheidt is tussen instructietijd, zelfstandig werken en huiswerk

Houdt bij zijn planning rekening met eerder ervaringen







2.    Zelfstandig doorwerken

6

7



Zoekt een oplossing bij tegenslag met een taak (aanwijzingen onleesbaar, spullen onvindbaar)





Zet zich langere tijd in voor een taak die hij niet leuk vindt of die niet lukt

Werkt door bij interne afleiding (schrijft vragen en gedachten die afleiden op)





3.    samenspelen en samenwerken

6

7

8

Maakt afspraken over de taakverdeling in een subgroep (4-6 personen)

Heeft een eigen bijdrage in het bespreken van de taakverdeling

Legt zich neer bij een groepsbeslissing

Helpt een ander om iets in te brengen in de groep (wat vind jij?)

Noemt een aantal van de eigen capaciteiten (wat kan je goed)

Benoemt en gebruikt capaciteiten van medeleerlingen

Zet zijn capaciteiten adequaat in

Past zijn gedrag aan na terechte kritiek van een medeleerling

Neemt bij samenwerken aan een taak een leidende en volgende rol

Benoemt naast zijn capaciteiten ook zijn beperkingen bij het uitvoeren van taken (à en verdeelt op basis daarvan de rollen tijdens het samenwerken)



4.    reflectie op werk.

6

7

8

Geeft feedback op het werk van een medeleerling

Ontvangt feedback van een medeleerling op zijn gemaakte werk

Evalueert planning en uitvoering van zijn dag-/meerdagen-/weektaak op basis van de feedback

Reflecteert zowel op het resultaat van een taak als op het proces (hoe heb ik het aangepakt)

Onderscheidt daarbij persoonlijke (kun je zelf beïnvloeden) en externe oorzaken

Evalueert zijn eigen werkdag gericht op de voorbereiding, het proces en het resultaat

Verbindt consequenties voor de volgende keer aan zijn beoordeling





Stelt zonodig zijn tijdsplanning bij (meer/minder tijd nodig):

-    voor een enkelvoudige taak

-    voor een taaksysteem

Beoordeelt of hij een uitgevoerde taak goed had voorbereid en uitgevoerd en verbindt hier consequenties aan voor de volgende keer

Beoordeelt of hij de juiste prioriteiten heeft gesteld en geeft aan welke gevolgen dit heeft voor een volgende planning

Past zijn werkstijl (kwaliteit t.o.v. hoeveelheid) aan waar nodig

Schat in wat nodig is om de leerstof te beheersen (aanvullende instructie/oefenstof nodig)

Bespreekt met anderen hoe hij zijn project heeft aangepakt gericht op de voorbereiding, het proces en het resultaat

Evalueert eigen werkweek (er is een balans tussen positieve en negatieve punten)

Komt met suggesties voor aanpassingen op inhoudelijke (wat wil/moet ik leren) en procesmatige aspecten van het onderwijsleerproces

           







11        Wat wordt er van de groepsleerkrachten verwacht?

·        In de groepen 5 t/m 7 worden aan het einde van het jaar (juni) verkiezingen gehouden. Diegene die gekozen is in de klas neemt het schooljaar erop plaats in de raad. Van de leerkracht wordt verwacht dat hij/zij een soort verkiezing houdt en/of een leerling kiest die past in het profiel voor de leerlingenraad.

·        Voordat de verkiezingen worden gehouden geven de leerkrachten een uitleg, waarbij zij vertellen wat de leerlingenraad is, wat van een lid verwacht wordt en hoe de verkiezingen verlopen.

·        De leerkracht mailt de naam van het gekozen kind, graag met de juiste voor- en achternaam, door naar Benjamin.

·        Gedurende het schooljaar krijgen de leerlingen uit de raad de gelegenheid om ideeën voor de raad te inventariseren.

·        Na een vergadering krijgen de leerlingen uit de raad de tijd om de vergadering kort te evalueren in de klas.

·        De leerkrachten kunnen zelf ook met ideeën komen en geven dit dan door aan de leerling uit de raad.